”Van het perron loop ik snel de trein in, net op tijd.
Nog niet half binnen of de deuren achter mij sluiten, Ik loop de coupé binnen.
De leegte van de eerste klas, twee mannen links van mij, en één vrouw rechts van mij, ik loop door.
Eindelijk, de -normale wereld- van de tweede klas weer binnenstappen, gevuld met angst om te staan, zoek ik naar een plek.
Tot mijn verbazing een hele lege bank, tegenover mij een man met een bril, een bruine regenjas en een ongeschoren gezicht.
Zoals mijn gebruikelijke ritueel is, ga ik zitten bij het raam en zet mijn tas naast mij neer, in de hoop dat niemand daar gaat zitten.
De trein komt in beweging, en verveling treedt op, ”natuurlijk, de kranten, ongelezen dat kan ik nu mooi doen.”
Bij de eerste station, op de route, stappen er belachelijk veel mensen in, die allemaal willen zitten, de aso’s.
Voor mijn neus worden de gaten opgevuld, en er verschijnt een jonge meid van een jaar of 22 schuin voor mijn neus.
Ze gaat naast het ongeschoren gezicht zitten, ze kijkt me aan, glimlacht even om vervolgens in haar schoolboek te verdwijnen.
De trein komt weer in beweging, en op datzelfde moment komt er iemand door de deur zetten, ik bid voor de conducteur, tevergeefs.
Een man van dik in de 30 stapt vrolijk binnen en ik kan nog net op tijd mijn tas wegtrekken voor hij zich zetelt op de bank naast mij.
Ik schuif van armoede maar wat dichter naar het raam,om maar niet helemaal bij de vrolijke man op schoot te zitten.
Dit is het moment dat ik me besef dat ik nog, vele stations lang, vastzit tussen, het ongeschoren gezicht, de vrolijke man en natuurlijk hét leergierig meisje.
-Halte 4- De vrolijke man, kijkt eindeloos naar de krant die ik lees, tot vervelends aan toe,
om de tijd te doden zoekt hij naar iets in zijn bruine aktetas, na lang graaien toont hij ons drieën trots een mandarijn.
De geur van mandarijn, is onmogelijk om te negeren, het dringt zich een weg naar en in mijn neus, met succes.
De vrolijke man pelt zijn mandarijn erg breed, met gevolg dat ik strakker tegen de wand gedrukt word, of ik dit nou wil of niet.
-Halte 3- het ongeschoren gezicht, is net als iedereen toe aan een krantje, met dit verschil dat het gezicht de krant open op zijn schoot neerlegt, om vervolgens te gaan hangen met zijn arm op het plankje voor het raampje, zijn hoofd ondersteunend.
Ik denk dat er nog niet eens 3 minuten voorbij gegaan zijn, en het gezicht slaapt,en nog steeds leunt hij met zijn hoofd op zijn arm.
Niemand schenkt veel aandacht aan de man, totdat mij opvalt dat hij beweegt, steeds meer glijdt hij van zijn arm af, totdat hij eraf schiet en wakker schrikt. Beheersen kan ik mij niet, en ik gniffel (ongeveer zoals een dertienjarig meisje wat een stoute grap hoort) niet te lang, maar ik kon het niet laten.
Het gezicht legt zijn hoofd weer in de hangstand, en weer schiet de hand ervan af, ik houd mij redelijk in, maar de vrolijke man gniffelt nu ook.
Even kijk ik hem aan, -ach je moet wat in de trein, dit is de humor die je krijgt, hier doe je het maar mee.-
Voor een derde maal legt het gezicht zijn hoofd in de nu welbekende houding,de trein komt met een lichte schok tot stilstand en de vrolijke man en ik wachten af of hij wakker zal worden.
-Halte 2- Het gezicht opent zijn linker oog, ziet wat hij wil zien, en sluit hem weer.
Hopend op het wegschieten van het hoofd van het gezicht, zit mijn rug niet lekker, ik verzit en mijn knie raakt heel licht dat van het gezicht.
Het gezicht schiet wakker, en kijkt vragend om zich heen, zelfs hét leergierige meisje kijkt even op, om vervolgens wéér in haar boek te verdwijnen.
De vrolijke man, imiteert een geeuw, want in realiteit houdt hij zijn lach in, het gezicht is moe en doet wat hij moet doen.
Ik kijk naar buiten en ik zie dat mijn halte er zodadelijk aankomt, hooguit een minuutje of drie.
En wat er toen gebeurde verbaast mij nog steeds, De vrolijke man, de man van dik in de 30, is het kind in zichzelf nog niet verloren.
Hij toont met zijn gehele lichaamstaal, dat ik nog maar eens mijn knie moet uitstrekken, en burgerlijk dat ik ben, ben ik te scheiterig.
De vrolijke man, duwt met zijn been tegen het mijne, de knie van het gezicht aan, met alle gevolgen van dien.
het gezicht gaat rechtop zitten, kijkt ons allebei ernstig aan, godzijdank, mijn halte,
-Halte 1- Vluchtig sta ik op, en raak zelfs met mijn tas hét leergierige meisje in haar gezicht, doorlopen zonder om te kijken.
Ik loop de trein uit, en op mijn station aangekomen loop ik langs het spoor, langs de trein, naar de hoofdingang van het station.
Voordat de trein wegrijdt, zie ik nog net dat het gezicht zijn arm wéér voor het raampje plaatst.
”Een goede reis, Vrolijke man,
Leergierig meisje,
Ongeschoren gezicht.”
”We hebben gelachen”
Sleep Well & Read,..
Max D. Sanders.