We hebben gelachen,..

Geplaatst onder Belevingen op november 19, 2008 door Max D. Sanders

”Van het perron loop ik snel de trein in, net op tijd.
Nog niet half binnen of de deuren achter mij sluiten, Ik loop de coupé binnen.
De leegte van de eerste klas, twee mannen links van mij, en één vrouw rechts van mij, ik loop door.
Eindelijk, de -normale wereld- van de tweede klas weer binnenstappen, gevuld met angst om te staan, zoek ik naar een plek.
Tot mijn verbazing een hele lege bank, tegenover mij een man met een bril, een bruine regenjas en een ongeschoren gezicht.
Zoals mijn gebruikelijke ritueel is, ga ik zitten bij het raam en zet mijn tas naast mij neer, in de hoop dat niemand daar gaat zitten.
De trein komt in beweging, en verveling treedt op, ”natuurlijk, de kranten, ongelezen dat kan ik nu mooi doen.”

Bij de eerste station, op de route, stappen er belachelijk veel mensen in, die allemaal willen zitten, de aso’s.
Voor mijn neus worden de gaten opgevuld, en er verschijnt een jonge meid van een jaar of 22 schuin voor mijn neus.
Ze gaat naast het ongeschoren gezicht zitten, ze kijkt me aan, glimlacht even om vervolgens in haar schoolboek te verdwijnen.
De trein komt weer in beweging, en op datzelfde moment komt er iemand door de deur zetten, ik bid voor de conducteur, tevergeefs.
Een man van dik in de 30 stapt vrolijk binnen en ik kan nog net op tijd mijn tas wegtrekken voor hij zich zetelt op de bank naast mij.
Ik schuif van armoede maar wat dichter naar het raam,om maar niet helemaal bij de vrolijke man op schoot te zitten.
Dit is het moment dat ik me besef dat ik nog, vele stations lang, vastzit tussen, het ongeschoren gezicht, de vrolijke man en natuurlijk hét leergierig meisje.

-Halte 4- De vrolijke man, kijkt eindeloos naar de krant die ik lees, tot vervelends aan toe,
om de tijd te doden zoekt hij naar iets in zijn bruine aktetas, na lang graaien toont hij ons drieën trots een mandarijn.
De geur van mandarijn, is onmogelijk om te negeren, het dringt zich een weg naar en in mijn neus, met succes.
De vrolijke man pelt zijn mandarijn erg breed, met gevolg dat ik strakker tegen de wand gedrukt word, of ik dit nou wil of niet.

-Halte 3- het ongeschoren gezicht, is net als iedereen toe aan een krantje, met dit verschil dat het gezicht de krant open op zijn schoot neerlegt, om vervolgens te gaan hangen met zijn arm op het plankje voor het raampje, zijn hoofd ondersteunend.
Ik denk dat er nog niet eens 3 minuten voorbij gegaan zijn, en het gezicht slaapt,en nog steeds leunt hij met zijn hoofd op zijn arm.
Niemand schenkt veel aandacht aan de man, totdat mij opvalt dat hij beweegt, steeds meer glijdt hij van zijn arm af, totdat hij eraf schiet en wakker schrikt. Beheersen kan ik mij niet, en ik gniffel (ongeveer zoals een dertienjarig meisje wat een stoute grap hoort) niet te lang, maar ik kon het niet laten.
Het gezicht legt zijn hoofd weer in de hangstand, en weer schiet de hand ervan af, ik houd mij redelijk in, maar de vrolijke man gniffelt nu ook.
Even kijk ik hem aan, -ach je moet wat in de trein, dit is de humor die je krijgt, hier doe je het maar mee.-
Voor een derde maal legt het gezicht zijn hoofd in de nu welbekende houding,de trein komt met een lichte schok tot stilstand en de vrolijke man en ik wachten af of hij wakker zal worden.

-Halte 2- Het gezicht opent zijn linker oog, ziet wat hij wil zien, en sluit hem weer.
Hopend op het wegschieten van het hoofd van het gezicht, zit mijn rug niet lekker, ik verzit en mijn knie raakt heel licht dat van het gezicht.
Het gezicht schiet wakker, en kijkt vragend om zich heen, zelfs hét leergierige meisje kijkt even op, om vervolgens wéér in haar boek te verdwijnen.
De vrolijke man, imiteert een geeuw, want in realiteit houdt hij zijn lach in, het gezicht is moe en doet wat hij moet doen.
Ik kijk naar buiten en ik zie dat mijn halte er zodadelijk aankomt, hooguit een minuutje of drie.
En wat er toen gebeurde verbaast mij nog steeds, De vrolijke man, de man van dik in de 30, is het kind in zichzelf nog niet verloren.
Hij toont met zijn gehele lichaamstaal, dat ik nog maar eens mijn knie moet uitstrekken, en burgerlijk dat ik ben, ben ik te scheiterig.
De vrolijke man, duwt met zijn been tegen het mijne, de knie van het gezicht aan, met alle gevolgen van dien.
het gezicht gaat rechtop zitten, kijkt ons allebei ernstig aan, godzijdank, mijn halte,

-Halte 1- Vluchtig sta ik op, en raak zelfs met mijn tas hét leergierige meisje in haar gezicht, doorlopen zonder om te kijken.
Ik loop de trein uit, en op mijn station aangekomen loop ik langs het spoor, langs de trein, naar de hoofdingang van het station.
Voordat de trein wegrijdt, zie ik nog net dat het gezicht zijn arm wéér voor het raampje plaatst.

”Een goede reis,  Vrolijke man,
                                         Leergierig meisje,
                                                           Ongeschoren gezicht.”

                                                              ”We hebben gelachen”
Sleep Well & Read,..
Max D. Sanders.

Stoep,..

Geplaatst onder Belevingen op november 18, 2008 door Max D. Sanders

”Deze week keek ik uit mijn raam ‘s ochtends vroeg, en het enige wat ik zag was een lantaarnpaal verderop in de straat.
Onder deze lantaarnpaal staat een fiets met een hangslot eromheen, verder ultieme duisternis.
Mijn andere zintuigen worden niet bepaald verwent, ik hoor de keiharde regen, net als de verschrikkelijke koude, gure wind.
Van boven naar beneden loopt een rilling over mijn rug, en de gedachte springt in mijn hoofd:”Bah, kutweer, was het maar zomer.”

Zo ongeveer vijf maanden geleden, ‘het kunnen er ook zes geweest zijn’ liep ik buiten op straat.
De zon scheen nauwelijks, maar de warmte was prettig, gewoon een stukje lopen,   zomaar, zonder echte reden.
Van het schelpenpad stap ik op een soort zandpad, om daarna op een normale stoep mijn weg te vervolgen.
Het is het soort stoep, wat je wel vaker tegenkomt op plekken als deze, ongeveer 5 stoeptegels breed.
Je hebt mensen die lopen zo rechtop dat ze niet op de stoep kijken maar ergens ver an de horizon,

Persoonlijk denkik dat men mij een stoepkijker zou noemen,
ik loop namelijk bijna altijd met gezicht op de stoep gericht, kijkend naar de stoepen, je vindt altijd wel iets bijzonders.

Voor de tuin van het huis met het naambordje:”M.Zuur” liggen precies 112 stoeptegels.
Ik weet dit, niet omdat ik ze geteld heb, maar omdat er kinderen alle stoeptegels hebben genummerd.
Doorlopen gaat niet en mijn voeten dwingen mij om even te stoppen en te kijken naar al de gekleurde nummers op de stoep voor me.
Al gauw zie ik dat er eigenlijk maar 111 stoeptegels liggen, een dikke barst in één van de stoeptegels verdeeld hem in tweeën.
Oorlog, honger, kinderleed, alle drie heel erg, maar kinderen hebben hier een behoorlijk dilemma, om op te lossen.
Nummer je immers de gebarste stoeptegel als stoeptegelnummer 36 of als stoeptegel 36/37, waarschijnlijk als dit één keer voorkomt is dit niet erg,
maar wat als dit nou vaker voorkomt dan gemiddeld. Dan moet je daar echt afspraken over gaan maken.
                -REGEL 1. Bij het calculeren van stoeptegels dient men de omtrek van 1 hele tegel, tellen als zodanig, ongeacht het aantal losse delen.-
                -REGEL 2. Indien men, ..
Maar nog voor ik mijn tweede regel kan afmaken, zie ik in mijn linkeroog iemand opstaan uit een bruine leren stoel, hoogstwaarschijnlijk Meneer Zuur.
De man gaat tegen het raam aanstaan, leunend en kijkt mij aan zoals mijn buurvrouw dat altijd deed, als we haar belletje lelde.
Ik geef mijn benen maar de opdracht om verder te lopen, iemand die eindeloos staart naar de grond, is ook een raar gezicht, dat geef ik wel toe.

Intussen is de zon gaan schijnen, niet heel fel, maar duidelijk genoeg om een redelijke schaduw op de stoep te werpen vlak voor mijn neus.
Aan de houding van de schaduw voor me te zien, is dat de schaduw van iemand die niet goed tegen de hitte kan.
Zijn tempo is haast nóg langzamer dan dat van mij, ook niet heel veel later loop ik hem aan de linkerkant voorbij.
Vervolgens laat ik de schaduw helemaal achter mij verdwijnen.
Eenmaal thuis gekomen zie ik dat de buurvrouw in de tuin bezig is geweest, alles is weer aan kant, op één ding na.
Ze is vergeten haar rode tuinhandschoenen mee naar binnen te nemen, ik pak er één op en ik kan het niet laten.
Ik moet en ik zal er één aandoen, ik schuif mijn hand in de rode handschoen en nog voor ik helemaal in de handschoen zit,

”AUHW, GODVER”, en mijn stem schrikt de vogels op uit mijn tuin en die van de buurvrouw, ik trek mijn hand zo snel ik kan uit de handschoen.
Vervolgens vliegt er een dikke hommel uit de handschoen,..”

Ik HAAT tuinieren,
                      Ik HAAT insecten,
                                                 ”Bah, kutbeestjes, was het maar winter.”

Sleep Well & Read,..
Max D. Sanders.
 

Joanna Steels,..

Geplaatst onder Hersenspinsel op november 17, 2008 door Max D. Sanders

” Wekker gaat, 06:00, en met een soort katachtige reflex haal ik uit naar de snoozeknop. Zeven minuten, meer dan zeven kleine, korte en vooral warme minuten krijg ik niet. En nou ben ik geen gelovig mens, maar ik zie de snoozeknop eigenlijk als een soort Godin, mijn persoonlijke Godin. Besteed ik immers genoeg aandacht aan haar, zowel mentaal als fysiek, dan zal Zij mij schenken met een zeven- of viertiental minuten rust.

 Zoniet, weetik zeker dat Zij het vertikt om te stoppen met schreeuwen. Puur uit angst zal ik dan ook nooit stoppen met aandacht geven. Er zit één heel groot voordeel aan mijn Godin, de Snoozeknopgodin gunt mij op zondag juist de eeuwige rust. Ik slaap gemiddeld 6 uur per dag, niet veel, en niet te weinig in mijn ogen. Misschien komt het dus omdat ik onder, de gemiddelde 8 uur slaap zit, maar als ik tijd over heb ga ik me dingen afvragen. Dingen die echt niemand kan schelen, behalve ikzelf dan.

Een voorbeeld is, ”Hoe zou mijn persoonlijke Godin nou de dag doorbrengen als ze niet op me nachtkastje aanwezig is?

”Ze een vrouw van een jaar of 30 is, nog geen moeder, hoewel ze dit wel graag zou willen. Ze woont in een vrijstaand huis, vlakbij het strand. Echt een dierenmens is ze niet, maar ze heeft één kat, een langharige pers, Pillow, wel zo toepasselijk lijkt me. Joanna Steels, geboren als derde dochter van een klein arbeidersgezien. Ze heeft lang blond haar, en loopt het liefst in een spijkerbroek met een veel te wijd T-shirt. Ze werkt sinds kort parttime bij de lokale supermarkt, je dacht toch niet werkelijk dat Godin een fulltime baan was? Meer ga ik over Joanna niet vertellen, ze is tenslotte mijn persoonlijke Godin. ”

Nog één laatste klein dingetje dan, als je nou binnenkort in je bed ligt en je kan écht niet slapen, ga dan niet liggen draaien maar, 

                             Denk dan even aan Joanna, 

                                     Dat zal haar goed doen & jou ook,..

                                                       Geloof mij.”

Sleep well & read,..
Max D. Sanders.
                                          

Blog Online,..

Geplaatst onder Dienstberichten. op november 16, 2008 door Max D. Sanders

Hello Hello,.. 

Voor mij is dit de allereerste blog, ooit,

De komende tijd, ga ik proberen, de verdwaalde lezer op mijn blog, te vermaken.

Maar eerst nog van alles, iets kleins en onbenulligs zoals:”Slapen”.

 

Sweet dreams & read,..

Max D. Sanders.

Follow

Get every new post delivered to your Inbox.